Zou ik het doen of niet?
Het is 6u s ’morgens. Zou ik het doen of niet? Een zwangerschapstest. Ik neem je even mee terug in de tijd. Ongeveer 2 jaar eerder leer ik mijn vriend kennen in de Slovaakse bergen. Een groepsreis van Kriskras. Veel meer cliché om een nieuwe liefde tegen te komen, kan het niet. Er was alleen een kleine uitdaging voor ons. Hij was op dat moment 21, ik 28. Een korte ontkenningsfase later (ik ben toch niet verliefd op een 21-jarige?) noemen we onszelf een koppel.
En dan die eerste hindernis voor ons. Ik zag het zelf niet aankomen, maar die biologische klok, die bestaat echt. Heel mijn lichaam wil een baby. Mijn lief zijn lichaam – en al de rest- wil dat eigenlijk niet. Ongeveer 621 discussies later, beslissen we er toch voor te gaan. April 2019. Ik zie het al helemaal zitten. Hij nog niet helemaal. Maar die hormonen van mij, daar viel op dat moment niet mee te discussiëren. Nog eens sorry aan mijn lief hiervoor.
Daar zijn we dan, de eerste keer mijn eisprong zonder anticonceptie. En twee weken later de dag dat ik mijn regels zou krijgen. Dus, zou ik het doen? Het is nog maar de eerste dag dat ik mijn regels kan krijgen en zooo stipt ben ik nu ook weer niet. Ik heb daarnaast ook nog verschillende keer in mijn pleidooi voor kinderen gezegd ‘je bent sowieso toch nooit van de eerste keer zwanger, dat kan gemakkelijk een half jaar duren’. Ook de twee weken daarvoor liep ik te verkondigen dat ik nog niets voelde, dus dat het zeker niet van de eerste keer zou lukken.
Toch is er iets in mij nieuwsgierig. Een stemmetje dat zegt, misschien toch. En een paar vreemde verschijnselen die mij iets deden vermoeden, maar die even goed aan iets anders toe te schrijven waren. Iedereen is toch wel eens moe zeker? Dus ik begeef mij naar het toilet. Voor ik mij aan de test waag, denk ik ook nog even terug aan de kassierster van het kruidvat die mij succes wenste. Sympathiek en ook gelukkig dat ik echt wel zwanger wil worden.
Na een paar minuten kan ik al mijn gedachtenspinsels laten varen. Er verschijnt een tweede streep op de test in mijn handen.
Ongeloof
Ik kan het niet geloven. Een tweede streep. Ik kruip terug in bed. Mijn lief vindt dat ik wat raar doe. Ik? Nee hoor. En terwijl razen er in mijn hoofd duizend gedachten. Klopt dit wel? Hoe ga ik dit nu vertellen? Wat gaat hij hiervan zeggen? Moet ik een of andere special act voorbereiden zoals op Instagram? Helaas ben ik daar niet hip genoeg voor en voor ik het weet rollen de woorden uit mijn mond.
“Euh, ik moet iets vertellen, ik deed net een zwangerschapstest en die was positief.” Veel romantischer dan dat kan het niet. Gelukkig vindt mijn lief dat niet erg want hij is zelf niet echt romantisch en ook maar matig enthousiast gezien de voorgeschiedenis (geen zorgen, dat komt later nog wel goed).
Wat later op de trein naar mijn werk, stuur ik een berichtje naar mijn vroedvrouw. Ja, ik heb al een vroedvrouw want het is belangrijk om ook als je een kindje wil, een aantal dingen op voorhand te checken. Maar dus die zwangerschapstest. Ik kan het nog altijd niet helemaal geloven dus vraag ik of dit een positieve zwangerschapstest is. Want het was toch maar een heel licht streepje. De vroedvrouw bevestigt dat het wel degelijk een positieve zwangerschapstest is en haar bloed afname een paar dagen later zegt hetzelfde: HCG hormoon dat overeen komt met ongeveer 4 a 5 weken zwanger.
Nog altijd kan ik het moeilijk geloven. Toch kan ik met mijn google research – ja ik weet het, beter niet doen, maar ik doe het toch – uitsluiten dat er geen andere oorzaken zijn voor een verhoogd HCG hormoon. Behalve iets dat met mannelijke geslachtsdelen heeft te maken en dat kan ik uitsluiten. Alles is volledig vrouwelijk daar vanonder. Dat wil dus zeggen dat dat ene streepje het begin is van een geweldig groot avontuur. Spoiler alert: met veel ups en downs.
Snickers
Ik rij rond 14u op de autostrade en stop in een wanhoopsdaad aan een tankstation. Een vriendin vertelde mij dat Snickers bij haar hielpen tegen misselijkheid. Baadt het niet, dan schaadt het niet. Dus ik verzamel wat snickers voor ik nog groener word van de misselijkheid. En inderdaad, net als alle andere ongezonde dingen, wordt het iets beter, terwijl gezonde dingen het erger maken. Mijn lief vraagt zich toch ergens af of ik dit niet verzin om mij eens te laten gaan op gebied van de snoepafdeling. Ik verzin het niet. Écht waar. Het was ook niet mijn bedoeling om misselijk te worden van zijn vers gemaakte noodle soep.
Ik herinner mij nog de ‘good times’. 7 weken zwanger en ik voel helemaal niets. Is dat wel normaal? Ben ik nog wel zwanger? Toch nog even googelen en checken bij mijn vriendinnen. Een week later: ik ben zeker nog zwanger. De misselijkheid slaat genadeloos toe. Naar mijn vroedvrouw stuur ik of daar geen oplossingen voor zijn want dat ik dit toch niet tot week 14 zie zitten. Spoiler alert, het wordt week 16 tot ik mijzelf misselijk-vrij verklaar.
Ik krijg medicatie die matig helpt en waar ik ook niet mee wil overdrijven. Mijn zoektocht naar eten dat mij beter maakt gaat verder. Elke week denk ik, nu heb ik het gevonden! Sandwich met choco, sesamkoekjes, snickers, zure snoepjes, … . Na een week helpt het niet meer en kan ik mijn deze dingen ook definitief schrappen van dingen die ik ooit nog ga eten wegens degout voor altijd.
Ook de typische tips helpen niet: eten voor het opstaan, op geregelde tijdstippen eten, … . Ik heb namelijk geen last van ochtendmisselijkheid maar ‘verergert-doorheen-de-dag- misselijkheid’. Wat hielp dan wel? Genoeg slapen en rusten. Mijn lichaam zei eigenlijk tegen mij: hé, doe het eens wat rustiger aan. En water met citroensmaak, dat hielp ook. Want het bleek bij die zure snoepjes vooral over het zure te gaan en niet over de snoepjes (met dank aan google research).
Geen snickers meer
Om 8u stap ik vrolijk naar het ziekenhuis. Ik ben niet misselijk meer, wel nog wat moe, maar vol goede hoop dat nu de leuke maanden van de zwangerschap eraan komen. Ik ben nuchter want ik kom voor de suikertest. Ik bereid mij voor op het drinken van een vreselijk zoet drankje. Al wie het al deed, was er niet enthousiast over. Maar zou ik dat zo erg vinden?
Voorlopig kom ik het niet te weten. Mijn eerste nuchtere bloedafname is afwijkend. De verpleegster zegt dat iemand mij komt halen. Ik ga ervan uit dat ik een uitleg krijg over hoe ik zwangerschapsdiabetes kan vermijden. Tijdens de uitleg van de volgende verpleegster, wordt het mij langzaam duidelijk. Ik kreeg niet letterlijk de boodschap, maar ik heb zwangerschapsdiabetes. Wat? Ik? Ik eet al heel mijn leven gezond en ik sport. Wat is dit?
Terwijl de boodschap langzaam toe komt, krijg ik een uitleg over in mijn vingers prikken om suikerwaarden te meten, suiker te vermijden en koolhydraten af te wegen en te spreiden over de dag. Hoewel het soort eten niet veel afwijkt van wat ik al gewoon ben, is eten vanaf nu geen moment van genot, maar een geroutineerde taak waar ik elke keer over moet nadenken. En als ik dat even niet doe, schieten mijn suikerwaarden de lucht in omdat ik mij bijvoorbeeld vergis tussen een portie gekookt of ongekookte pasta.
De dagen erop rollen er wat traantjes over mijn gezicht. En nog veel meer als blijkt dat een aanpassing van mijn dieet niet genoeg is, maar ik ook nog insuline moet spuiten. Is dit nu allemaal zo erg? Neen, mijn baby is gezond en ik krijg de kans om dat zo te houden. Dat is het allerbelangrijkste. En toch voel ik mij slecht. Omdat ik mijn baby geen hogere kans op diabetes wil geven, omdat het echt niet leuk is om je dag rond vinger prikken en porties koolhydraten te plannen, omdat aperitieven, brunchen en op restaurant gaan een heel andere invulling krijgen en omdat ik niet begrijp waarom mijn lichaam niet gewoon normaal werkt. Ik voel mij ook schuldig, wat heb ik verkeerd gedaan?
Ik zeg het nog eens, er zijn ergere dingen dan zwangerschapsdiabetes. Maar dat maakt niet dat je je niet eens heel slecht mag voelen of een potje mag wenen omdat de laatste maanden van je zwangerschap er heel anders uit zien dan verwacht. En omdat de hormonen in mijn lichaam nu eenmaal sneller een kleine (of grote) huilbui initiëren.
“Pottoe”
11u. Met tranen in mijn ogen (ja inderdaad, wéér) rij ik naar huis van de gynaecoloog. Het zat er al aan te komen en toch is het niet fijn om te horen. Ik word ingeleid. De gynaecoloog wil geen risico’s nemen omdat ik zwangerschapsdiabetes heb en ik mag niet overtijd gaan. Nog pottoe daar vanonder (zijn woorden, niet die van mij), ik ga zeker niet dit weekend bevallen en een vingertop ontsluiting. Dat onthoud ik na mijn laatste twee bezoeken en de uiteindelijke beslissing tot inleiding.
Even terzijde, er zijn verschillende meningen over overtijd gaan en zwangerschapsdiabetes. Ik heb ook getwijfeld om te vragen of ik het niet nog een paar dagen mocht geven. Maar mijn angst dat er iets mis zou gaan en de controlefreak in mij (ik weet nu wel wanneer ik ga bevallen), neemt de overhand. Ik ben een grote voorstander van alles zo natuurlijk mogelijk, maar besef tegelijkertijd dat de stress die ik mijzelf zou aandoen voor mij niet beter is. En dat is op dat moment voor mij het belangrijkste. Een beslissing die alleen ik kan maken, als ik alle steun en informatie uit mijn omgeving krijg die ik nodig heb.
Al tijdens de zwangerschap had ik het gevoel dat ik een eigenwijze dochter zou krijgen. Geen idee waarom. Het weekend voor ik ‘zeker niet zou bevallen’, bevestigt ze nog eens mijn vermoeden. Van donderdag of vrijdagnacht voel ik al iets waarvan ik denk, zouden dat nu voorweeën zijn? Ik word nog niet enthousiast, want sommige vrouwen lopen weken rond met voorweeën. Rond 15u in de namiddag ben ik toch wat nieuwsgierig en begin ik te timen. Rond 17u ben ik er zeker van – als ik aan mijn lief vraag om even te wachten voor ik kan antwoorden door het onbeschrijfbare gevoel in mijn buik – de dokter mag zijn ballon (katheter) die hij zondag ging inbrengen om de bevalling op te wekken, terug opbergen. Mijn lief zijn grootste zorg op dat moment? Pasta koken, want stel dat hij niet meer zou kunnen eten voor we naar het ziekenhuis gaan. Zelfzorg of zoiets zeker?
Rond 18u begin ik te begrijpen wat die pijn is waar iedereen over spreekt. Ik zou graag een poging doen om het te beschrijven. Maar neen, gewoon pijn. Onbeschrijfelijke pijn. Een vreselijke golf pijn die pas weer voorbij is als de wee afneemt. De douche en op mijn knieën steunen met mijn handen is het enige dat helpt. Iets dat niet mogelijk is in de auto onderweg naar het ziekenhuis. Gewoon roepen dan maar. Gelukkig is zo’n auto goed geïsoleerd en maakt die wel wat geluid om mijn geschreeuw te camoufleren.
In het ziekenhuis mag ik meteen naar de verloskamer. Ik hoor de vroedvrouw zeggen dat dit weeën zijn waarmee ik niet meer naar huis ga. Toch is er nog altijd dat kleine stemmetje in mijn hoofd dat zegt, misschien zijn het maar voorweeën. Gelukkig bevestigt een onderzoek dat ik al 5 centimeter ontsluiting heb. Ik herhaal gelukkig, want als dit maar voorweeën waren, dan mocht mijn dochter gewoon in de buik blijven van mij. Ja ik weet het, dat was toen geen optie meer.
Na een goede zwangerschapscursus bij De Wolk, ben ik vastberaden om het zonder epidurale te doen. Dat lukt mij. Mede dankzij mijn lief die tegen de vroedvrouw zegt dat het niet nodig is op het moment dat ik zeg dat ik het niet meer zie zitten (kom ik pas 2 dagen later te weten). Hij heeft gelukkig goed geluisterd, want ik had hem gevraagd om mij aan te moedigen als hij dacht dat ik het wel zo zou kunnen. Achteraf ben ik zeker trots en blij.
Wat mij niet lukte: zo weinig mogelijk onderzoeken en medische interventies. Ook iets dat wordt aangeraden. Laat de natuur het werk maar doen. Ook daar sta ik helemaal achter. Tot ik daar lig. Ik zou de vroedvrouw gesmeekt hebben om toch nog meer eens te voelen dat het wel vooruit gaat en hoeveel centimeters ontsluiting ik al heb. Een infuus omdat ik zwangerschapsdiabetes heb? Doe wat nodig is, het kan mij niet schelen. Een knip? Alstublieft ja, laat dat hoofd geen 4e wee doorstaan op de grootste omtrek.
Mensen zeggen, je vergeet dat, die bevalling. Ik heb het gevoel dat ik het mij toch nog behoorlijk goed kan herinneren. Wat je zeker niet vergeet is het wondermooie moment waarop ze dat kleine mensje op je lichaam leggen. Die eerste nacht in het ziekenhuis waarop je niet kan geloven dat je zoiets wonderlijk samen gemaakt hebt. Het besef dat je weet dat je leven nooit meer hetzelfde zal zijn. En daarmee bedoel ik alle uitdagingen en vooral alle mooie momenten.
Wisselvallige bewolking met kans op onweer
Rond 18u ’s avonds, de eerste twee weken na mijn bevalling. Dat zijn de momenten dat ik ontdek dat ook als je heel graag een baby wil, je toch niet persé op een roze wolk zit. Dat verliefde gevoel waar iedereen over spreekt, ik merk het niet (geen zorgen, ondertussen ben ik héél verliefd op mijn kleine baby😊). Ik voel mij vooral overweldigd. Ja echt overweldigd, ik heb er geen andere woorden voor. Het besef dat mijn leven zoals ik het kende voorbij is, walst over mij. Het verantwoordelijkheidsgevoel voor dat kleine mensje, voelt soms bijna niet te dragen.
Ik begin ook van de belachelijkste dingen te wenen. Soms zelfs van geen enkele reden. Maar vooral als mijn baby weent, dan weende ik mee. Gelukkig heb ik een fantastisch lief dat tegen mij zegt dat ik mij niet moet inhouden en gewoon mag wenen. Ik voel mij schuldig. Ik moet wel een vreselijk slechte moeder zijn, dat ik mij zo voel. Gelukkig is daar weer die fantastische vroedvrouw. Die mij zegt dat dat normaal is. Want dat is eigenlijk het enige wat ik nodig heb om te horen, het is oké en normaal dat je je zo voelt. Zo zijn er nog veel vrouwen. Na ongeveer twee weken begin ik mij wat meer normaal te voelen. Oef, mijn hormonen hebben niet meer de volledige controle over mij. Maar dan begint er een andere reis.
Een waas
3u ’s nachts. Ik ween harder dan mijn baby. Zo veel pijn doen mijn tepels. Het gaat niet meer. En weer is daar de vroedvrouw om mij een hart onder de riem te steken, waar ik bij terecht kan en die samen met mij stap voor stap een plan zoekt zodat ik borstvoeding kan blijven geven. Want ik voel dat ik dit niet kan loslaten.
Iedereen in mijn omgeving zegt: je moet je niet schuldig voelen als je kunstvoeding wil geven hé. Maar ik voel mij niet schuldig. Ik wil dit gewoon écht heel graag doen. En hoewel het heel zwaar is, zit ik nog niet aan de grens waarop het tijd is om te stoppen en dat oké voelt voor mij. Het is soms niet gemakkelijk om die grens te zoeken en te voelen waar die ligt, maar alleen jij als mama kan dat doen. Die grens kan liggen bij nooit starten met borstvoeding, maar ze kan ook liggen bij: ik stop niet voor ik zeker weet dat ik alles heb gedaan wat ik kon, zo lang ik het nog aan kan.
De weken daarop gaan voorbij in een waas. Ik denk dat ik het momenteel zelf al een beetje vergeten ben (en gelukkig maar, want ik vroeg mij soms af waarom mensen aan een tweede kindje beginnen). Heel de dag met de draagdoek rondlopen. Praten, zingen, bewegen, wiegen. Tussendoor kolven. Naar de gyneacoloog, naar de kinderarts, naar kind en gezin, naar een lactatiekundige. Tussendoor kolven. Slapen (of neen, schrap dat maar). Troosten, in slaap krijgen, nieuwe pamper. Tussendoor kolven. Als iemand graag tips wil over hoe je kolft met een baby in de draagdoek, ik heb er geen. Of toch geen goeie. Na week 3 kwam er nog die verborgen reflux bij. Wel een antwoord waarom het zo moeizaam gaat en een oplossing voor de pijn, maar dat eten dat naar boven komt, blijft een ongemak voor onze kleine meid.
En dan komt dat eerste lachje. Je baby die naar jou kijkt en lacht. En je smelt vanbinnen. Ik geloof het niet helemaal, want volgens mijn google research is dat pas rond 6 weken. Niet op 4 weken. Maar gelukkig, want zo verschuift het evenwicht. Die eerste keer dat ik ’s morgens mijn kleren kan aandoen en dat mijn baby gewoon even rustig blijft liggen. Die eerste keer dat ik mijn baby in slaap krijg zonder uren rond te lopen. Die eerste keer dat ik wakker word en besef dat het al 4u ’s nachts is en ik nog geen voeding heb gegeven. Die eerste keer dat ik extreem trots ben omdat ze iets kan wat ze daarvoor nog niet kon.
Wat hielp mij tijdens die eerste en meer uitdagende momenten? Een geweldig lief dat er helemaal voor mij was en er alles aan deed dat ik mij kon concentreren op onze baby en niet op het huishouden, eten enz. Een fantastische vroedvrouw die oplossingen zocht die goed waren voor onze kleine meid én waar ik mij ook goed bij voelde. Het gevoel daar terecht te kunnen. Vriendinnen die zeiden dat ik goed bezig was en mijn gevoelens erkenden. En vooral, beseffen dat het over gaat. Soms zit je er zo midden in, dat je denkt dat de lastige momenten heel je leven gaan duren.
Wat ook kan helpen, is ondersteuning vanuit je netwerk. Iemand die een warme maaltijd brengt, iemand die even komt kuisen of je was doen. Zodat jij je volledig kan focussen op je kleintje en tegelijk in een proper huis leeft. Helaas was dat voor ons niet meer mogelijk door de coronacrisis. Dus als je wil weten wat onze grootste corona uitdaging was? Ik wou graag hulp vragen, maar het ging niet.
Wat ik heb geleerd van mijn baby
Het is 4u ’s nachts. Ik sta met een klaarwakkere en vrolijke baby uit het raam te kijken. Naar een lege straat die baadt in de straatverlichting. Ook al ben ik doodmoe en zou ik graag nog 3u slapen (of misschien zelfs een week, om wat uren in te halen), ik voel mij intens gelukkig. Door dat onbeschrijfelijk lieve en mooie lachje toen ik in Roo haar wiegje keek toen ze even voor 4u wakker werd. En omdat de nacht deze keer een soort van aangename rust mee brengt. Morgen kan het weer anders zijn, maar vandaag (of vannacht) voelt het als rust.
Terwijl ik daar sta denk ik na over hoe we hier geraakt zijn. En vooral over hoeveel ik al leerde van onze dochter. Want als je wil en goed kijkt, brengt zo’n baby heel wat cadeautjes mee (naast vuile pampers).
Ze leerde mij om aanwezig te zijn. Want met haar kleine babyvoelsprietjes, voelde ze of ik haar gewoon wiegde, of ook echt met mijn aandacht bij haar was. En als ik er écht voor haar was, ging het veel beter.
Vertragen. We zijn zo gewoon om alles snel te doen en op een tijdsschema. Met een baby is het tijd om dat eens allemaal los te laten en op het trage ritme van je baby te leven. Ik maakte er een uitdaging van om de gewone dingen, zoals een nieuwe pamper aandoen, zo traag mogelijk te doen.
De situatie aanvaarden zoals ze is. Je weet ondertussen al dat ik graag eens wat google research doe. Dat helpt soms, maar het kan je ook helemaal zot maken. En hopen tegenstrijdig advies geven. Reflux: beter om veel kleine hoeveelheden te geven of beter om genoeg tijd tussen de voedingen te laten. De meningen verschillen. Slaapassociaties, huilen of niet huilen, inbakeren of niet, … . En ga zo maar door. En eigenlijk maakt het allemaal niet uit. Want de situatie is zoals ze is. Er is jouw baby met zijn of haar eigen karakter en jullie eigen situatie en (naast goede informatie van je vroedvrouw en niet van het internet) jij als mama weet wat het beste is. Je krijgt er nu eenmaal geen handleiding bij en gelukkig maar. Probeer, experimenteer, faal, sta terug op en blijf geloven dat jij de perfecte mama voor jouw baby bent. Want dat ben je.
Alle verwachtingen loslaten. Als je aan een (vermoedelijke zware) nacht begint, zonder verwachtingen dan voelt het écht minder zwaar. Als je op voorhand bedenkt dat je toch graag tot 7u wil slapen en maar 2 keer wil wakker worden, dan voelt alles wat daar niet in past zwaar. Als je aan de nacht begint met het idee dat je misschien zelfs wel de hele nacht wakker bent en achteraf wel oplossingen zoekt voor je gigantisch slaaptekort, dan voelt 3 keer wakker worden als een feest.
En al die lessen van mijn lieve dochter, kan ik ook in de rest van mijn leven gebruiken. Ik ben nu al nieuwsgierig naar wat ze mij nog allemaal gaat leren.